Bedragen x € 1.000
Gezondheid | Begroting na wijziging | Realisatie | Verschil | |
|---|---|---|---|---|
Lasten | 212.147 | 206.242 | -5.905 | |
Baten | -9.968 | -10.325 | -357 | |
Toevoegingen reserves | 0 | 343 | 343 | |
Onttrekkingen reserves | -851 | -807 | 43 | |
Saldo na bestemming | 201.328 | 195.453 | -5.875 |
Toelichting
Op het programma Gezondheid resteert een positief saldo aan afwijkingen van € 5,88 mln. Dit saldo bestaat voor € 5,91 mln. uit lagere lasten, € 0,36 mln. uit hogere baten, € 0,34 mln. aan hogere toevoegingen aan reserves en € 0,04 mln. uit lagere onttrekkingen aan reserves. De afwijkingen worden hieronder toegelicht. Als de afwijking een relatie heeft met een ander programma dan staat dit aangegeven in de voorlaatste kolom.
Bedragen x € 1.000
Omschrijving | Lasten | Baten | Toevoeging reserves | Onttrekking reserves | Saldo opgave | Relatie ander programma | Saldo |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Afwijkingen met een effect op het jaarrekeningresultaat | |||||||
1. Specialistische jeugdhulp | -2.846 | 0 | 0 | 0 | -2.846 | 288 | -2.558 |
2. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) | -1.017 | 0 | 0 | 0 | -1.017 | 0 | -1.017 |
3. Huiselijk geweld en kindermishandeling | -290 | 0 | 288 | 0 | -2 | 0 | -2 |
4. Volksgezondheid | -303 | 232 | 0 | 0 | -71 | 0 | -71 |
5. Exploitatie Sportbedrijf | 291 | -235 | 0 | 0 | 56 | 0 | 56 |
6. Jeugdgezondheidszorg 0-4 jarig | -124 | 0 | 0 | 0 | -124 | 0 | -124 |
7. Taakstelling onderuitputting jaarrekening | 400 | 0 | 0 | 0 | 400 | 0 | 400 |
8. Toerekening capaciteit | 71 | -167 | 0 | 0 | -96 | 0 | -96 |
9. Overige kleine verschillen | -218 | 121 | 55 | 43 | 1 | 0 | 1 |
Afwijkingen met een saldo neutraal effect op het jaarrekeningresultaat | |||||||
A. Buitensport | -2.177 | 0 | 0 | 0 | -2.177 | 2.177 | 0 |
B. Straattriage en bemoeizorg | 175 | -175 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
C. Subsidie DOS | 133 | -133 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal | -5.905 | -357 | 343 | 43 | -5.876 | 2.465 | -3.411 |
Afwijkingen met een effect op het jaarrekeningresultaat
1. Specialistische jeugdhulp
Op het product jeugdhulp ontstaan in de jaarrekening 2025 per saldo lagere lasten (€ 2,85 mln.).
Van dit voordeel heeft € 2,56 mln. betrekking op specialistische jeugdzorg, met de volgende verklaring:
- Segment C (hoog-specialistisch): Voordeel € 1,84 mln. De kosten in dit segment zijn, buiten indexatie om, nauwelijks gegroeid. In de begroting hielden we rekening met 4,7% groei. Het daadwerkelijke volume – dus het aantal jeugdigen en zwaarte, intensiteit en duur van trajecten – is relatief gelijk is gebleven. Daarnaast hadden enkele grote aanbieders aangegeven in de tweede helft van 2025 groei te verwachten door het aantrekken van extra personeel. Hierop is geanticipeerd in de prognose bij de Narap 2025. In werkelijkheid zien we dat bij deze aanbieders (vooralsnog) geen groei is gerealiseerd.
- Segment V (verblijf): Voordeel € 0,56 mln. Het aantal jeugdigen in verblijf liep in het begin van 2025 terug van bijna 290 naar 270. In de tweede helft van 2025 is dit aantal verder gedaald.
- Daarnaast zijn er op de overige onderdelen van specialistische jeugdhulp diverse afwijkingen van per saldo € 0,16 mln. voordeel.
Verder is er een voordeel van € 0,29 mln. op middelen die zijn bedoeld om maatregelen in het kader van de Hervormingsagenda te kunnen treffen. De laatste twee jaar is een aantal projecten opgestart. Dat gaat stapsgewijs, omdat we zelf en ook onze partners niet meer capaciteit beschikbaar hebben voor deze projecten.
2. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)
Maatwerk (€ 0,59 mln. lagere lasten)
In de begroting is uitgegaan van een volumegroei van ruim 2% voor Wmo maatwerk, bovenop indexatie. De gerealiseerde volumegroei blijft beperkt tot iets minder dan 1%, waardoor de kosten naar verwachting 1,1% lager uitvallen dan begroot. Dit leidt tot een verwacht voordeel van € 0,59 mln. Het verschil hangt samen met een hogere inzet van lichtere vormen van ondersteuning, zoals huishoudelijke hulp, terwijl begeleiding en dagbesteding gelijk zijn gebleven. Daarnaast ligt het aantal inwoners met Wmo maatwerk lager dan geraamd in het Wmo Voorspelmodel, mogelijk doordat inwoners gezonder ouder worden en later ondersteuning nodig hebben. Ook de krapte op de arbeidsmarkt remt de kostengroei, doordat beperkte capaciteit bij Sociale Wijkteams en aanbieders leidt tot latere start van ondersteuning.
Individuele verstrekkingen (€ 0,28 mln. lagere lasten)
Net als bij het Wmo-maatwerk is de gerealiseerde volumegroei lager dan oorspronkelijk begroot. Dit leidt bij de individuele verstrekkingen tot een voordeel van € 0,28 mln.
Persoonsgebonden budgetten (PGB) (€ 0,23 mln. lagere lasten)
De inzet van PGB’s bij Wmo neemt al jaren af. Desondanks werd de verwachte groei van 2% aan kosten ook op het budget voor PGB’s toegepast. Dit blijkt onterecht, waardoor dit tot een financieel voordeel leidt van € 0,23 mln.
Sociale Wijkteams (€ 0,21 mln. hogere lasten)
De kosten voor ICT-voorzieningen voor de Sociale Wijkteams zijn in de begroting onjuist verwerkt. Dit leidt tot een nadeel, terwijl de werkelijke ICT-kosten niet zijn toegenomen. Deze begrotingsfout wordt in 2026 hersteld. Daarnaast vallen de detacheringinkomsten lager uit dan begroot, doordat twee medewerkers minder zijn gedetacheerd bij de Sociale Wijkteams. Ook zijn er enkele overige kleinere verschillen. Deze effecten samen leiden tot een nadeel van € 0,21 mln.
Maatschappelijke opvang (€ 0,12 mln. lagere lasten)
Bij maatschappelijke opvang wordt een voordeel verwacht van € 0,12 mln. Dit voordeel ontstaat doordat de tijdelijke opvanglocatie in Wormerveer (Goudastraat) later is geopend dan in de begroting was aangenomen, waardoor de kosten in 2025 lager uitvallen.
Overige kleine verschillen WMO (€ 0,01 mln. lagere lasten)
Bij de overige verschillen binnen de Wmo wordt een voordeel van € 0,01 mln. verwacht. Dit betreft een samenstel van kleinere afwijkingen binnen o.a. de overige Wmo-taken, Beschermd Wonen en het Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV). Deze verschillen zijn per onderdeel beperkt van omvang en hangen samen met lichte onderschrijdingen ten opzichte van de begroting.
3. Huiselijk geweld en kindermishandeling
Eind december is bij de subsidievaststellingen van de in voorgaande jaren verleende subsidies € 0,22 mln. terugontvangen. Daarnaast houden we in 2025 geld over op een aantal activiteiten, waarmee we knelpunten gaan oplossen. Per saldo leidt dit tot lagere lasten (€ 0,29 mln.). Omdat het regionale middelen betreft, wordt dit bedrag toegevoegd aan de reserve Vrouwenopvang.
4. Volksgezondheid
Voor het Gezond Actief Leven Akkoord (GALA) is in 2025 minder uitgegeven dan begroot. Gedurende het jaar is vastgesteld dat 10% van de beschikbare middelen mag worden meegenomen naar 2026. Hierdoor is 90% van de GALA-middelen besteed. Daarnaast zien we dat sommige lasten voor GALA onder andere programma's zijn terechtgekomen. In totaal leidt bij Volksgezondheid tot lagere lasten (€ 0,34 mln.). Bij de baten zorgt dit voor minder inkomsten die hierdoor opgenomen dienden te worden.
Verder blijkt dat de lasten en baten van het Integraal Zorgakkoord niet in de begroting waren opgenomen. Dit leidt tot hogere lasten (€ 0,13 mln.) Volksgezondheid, die volledig worden gecompenseerd door penvoerder Gemeente Purmerend.
5. Exploitatie Sportbedrijf
Het Sportbedrijf heeft een hogere SPUK-sportsubsidie aangevraagd dan oorspronkelijk was begroot (€ 0,24 mln.). Deze aanvullende aanvraag is eveneens bij het Rijk ingediend, wat resulteert in een verwachte stijging van de baten met hetzelfde bedrag. Het is echter nog onzeker of het Rijk deze hogere SPUK-subsidie zal toekennen. Met het Sportbedrijf is voor 2025 afgesproken dat zij deze kosten in eerste instantie zelf dragen en financieren uit de reserve exploitatieoverschotten.
6. Jeugdgezondheidszorg 0-4 jarig (JGZ)
In de begroting is op totaalniveau rekening gehouden met de gemeentelijke bijdrage aan de GGD. Daarbij was nog geen rekening gehouden met de doorgeschoven btw. Dit betreft het deel van de kosten uit het voorgaande jaar dat via het BTW-compensatiefonds kan worden teruggevraagd. Dit leidt tot lagere lasten op de JGZ (€ 0,12 mln.).
7. Taakstelling onderuitputting jaarrekening
Bij de voorjaarsnota 2024 is een analyse gemaakt op basis van de jaarrekeningen 2021-2022-2023. Op basis van deze analyse is het budget voor Gezondheid verlaagd (€ 0,4 mln.). De taakstelling was begroot op subopgave 4.1. (preventie, sporten en bewegen), maar is daar niet gerealiseerd. Binnen de overige producten van programma 4 is echter een voordeel behaald, waardoor de taakstelling per saldo is gecompenseerd.
8. Toerekening capaciteit
Via de kostenverdeling zijn de apparaatslasten en -baten verdeeld. De apparaatslasten binnen dit programma zijn per saldo lager dan de apparaatsbaten. Voor een toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.
9. Overige kleine verschillen
Het restant aan lagere lasten (€ 0,22 mln.), lagere baten (€ 0,12 mln.), hogere toevoegingen aan de reserves (€ 0,06 mln.) en lagere onttrekkingen aan de reserves (€ 0,04 mln.) wordt verklaard door overige diverse kleine afwijkingen binnen dit programma.
Afwijkingen met saldo neutraal effect op het jaarrekeningresultaat
A. Buitensport
De bouw van het sportpark Hoornseveld is in 2025 minder ver gevorderd dan in de begroting was gepland. De oplevering van de accommodatie vindt plaats voor de opening van het seizoen 2026/2027. Hierdoor zijn dit jaar lagere lasten ontstaan (€ 2,18 mln.). Hiertegenover staat een lagere onttrekking uit het Investeringsfonds op het programma Verstedelijking (€ 2,18 mln.).
B. Straattriage en bemoeizorg
Straattriage en bemoeizorg betreft een subsidie vanuit ZonMW. Bepaalde kosten, zoals de inzet voor een projectsecretaris, waren niet meegenomen in de begroting van Zaanstad. Hierdoor is er een overschrijding ontstaan op de lasten. Daartegenover staan hogere subsidiebaten. Dit heeft ook effect op inhuurlasten voor de inzet van een projectleider (zie hoofdstuk Financiën). Per saldo is het effect op de jaarrekening neutraal. Alle hogere lasten (€ 0,18 mln.) worden gedekt door hogere subsidiebaten (€ 0,18 mln.).
C. Subsidie Domeinoverstijgend Samenwerken (DOS)
De subsidie DOS is pas in het laatste kwartaal aangevraagd en was daarom nog niet geraamd in de begroting. Het betreft een subsidie vanuit ZonMW, die leidt tot hogere lasten (€ 0,13 mln.). Daartegenover staan hogere subsidiebaten (€ 0,13 mln.).
