Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Financiële risico's

In deze paragraaf staan de financiële risico’s centraal die gezamenlijk 80% van het totale risicoprofiel van de gemeente vertegenwoordigen.
Binnen deze groep worden de drie risico’s met het hoogste invloedpercentage nader toegelicht. Deze toelichtingen geven meer inzicht in de aard en omvang van deze risico’s.
Daarna volgt een overzichtstabel met de risico’s die gezamenlijk de top 80% van het financiële risicoprofiel vormen.

De drie financiële risico's met de grootste impact
R1014 – Omzettingsbeleid 2007 erfpacht: onrechtmatige bekendmaking en totstandkoming (zonder overgangsregeling)
De rechter heeft geoordeeld dat het Omzettingsbeleid 2007 inhoudelijk rechtmatig is. De rechter heeft ook geoordeeld dat de bekendmaking aan erfpachters en de totstandkoming van het Omzettingsbeleid 2007 onrechtmatig is geweest, omdat er geen overgangsregeling is gebruikt. Door deze uitspraak is er meer juridische aandacht voor de manier waarop het beleid is ingevoerd en gecommuniceerd.
De oorzaak van het risico is dat het Omzettingsbeleid 2007 voor erfpacht is ingevoerd zonder overgangstermijn. Hierdoor kan de gemeente te maken krijgen met extra juridische vragen en extra werk, bijvoorbeeld bij procedures of bij de uitvoering. Dit kan gevolgen hebben voor de beschikbare capaciteit en voor de kosten.
De gemeente voert, in afstemming met de stadsadvocaat, die gespecialiseerd is in dergelijke casussen, actief verweer. Het invloedpercentage bedraagt 49,49%. Dit risico is ten opzichte van de begroting verschoven van rang 3 naar rang 1, mede naar aanleiding van de uitspraak in hoger beroep.

R1058 – Zwembad De Slag: dispuut over 'Uitvoeringsgereed Ontwerp' en risico op vertragingsschadeclaim
Er is een dispuut met de aannemer van Zwembad De Slag over het ‘ Uitvoeringsgereed Ontwerp ’ (UO). De uitvoerende partij stelt dat het UO gebreken bevat. De gemeente is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het uitwerken van bepaalde onderdelen van het UO bij de uitvoerende partij ligt. Door deze situatie bestaat het risico dat er vertraging ontstaat in de bouw en dat dit kan leiden tot een vertragingsschadeclaim.
De oorzaak van het risico is een verschil van inzicht over de gemaakte afspraken bij de bouw van het zwembad, met name over verantwoordelijkheden rond het UO. Het gevolg kan zijn dat de planning onder druk komt te staan en dat de gemeente mogelijk met extra kosten te maken krijgt als er een schadeclaim wordt ingediend.
Het invloedpercentage is 7,13%. Dit risico is nieuw in de top 80%.

R449 – Grondexploitaties: afzetrisico door marktomstandigheden
Bij het voeren van grondexploitaties is sprake van een algemeen afzetrisico. Dit risico hangt samen met externe factoren, zoals slechte marktomstandigheden. Wanneer de markt tegenzit, kan de vraag naar kavels afnemen of later op gang komen.
Het gevolg kan zijn dat de uitgifte van kavels vertraagt. Deelprojecten kunnen dan worden doorgeschoven in de tijd, waardoor opbrengsten later binnenkomen en de planning van projecten onder druk kan komen te staan.
Het invloedpercentage van dit risico is 6,37%. Bij de begroting stond dit risico op rang 4; in de jaarrekening 2025 is dit verschoven naar rang 3. Deze verschuiving betekent niet dat het risico inhoudelijk anders is ingeschat, maar hangt samen met wijzigingen en verschuivingen in de weging en positie van andere risico’s in de totale risicorangorde.

Overzicht belangrijkste risico's
Hieronder volgt een overzicht van de zes belangrijkste financiële risico’s van de gemeente Zaanstad. Samen vormen deze risico’s 80% van het totale financiële risicoprofiel. Dit geeft inzicht in de grootste aandachtspunten voor risicobeheersing en weerstandsvermogen.

Nr.

Risico.

Risicogebeurtenis

Risico-oorzaak

Risicogevolg

Maatregelen

Invloed (%)

Begroting

Verschuiving

R1

R1014

Het Omzettingsbeleid 2007 is inhoudelijk door de rechter rechtmatig bevonden. De bekendmaking aan de erfpachters en de totstandkoming van het Omzettingsbeleid 2007, waarbij geen overgangsregeling is gehanteerd, is onrechtmatig verklaard.

Juridisch / Wettelijk  - Het Omzettingsbeleid 2007 met betrekking tot erfpacht is te plotseling, zonder overgangstermijn, ingevoerd.

geld - De gemeente wordt aansprakelijk gesteld voor mogelijk geleden schade.

Actief - In afstemming met de stadsadvocaat die gespecialiseerd is in dergelijke casussen verweer voeren.

49,5%

Rang 3 bij de begroting

+2

R2

R1058

Er is sprake van een dispuut met de aannemer van Zwembad De Slag met betrekking tot het ‘Uitvoeringsgereed Ontwerp’ (UO). De uitvoerende partij stelt dat het UO gebreken bevat, terwijl de gemeente van mening is dat de verantwoordelijkheid voor het uitwerken van bepaalde onderdelen van het UO bij de uitvoerende partij lag. Als gevolg van deze discussie is er sprake van een risico op een vertragingsschadeclaim.

Juridisch / Wettelijk  - Onenigheid over de gemaakte afspraken over bouw van het zwembad.

geld - Gevolg is vertraging in de bouw en daardoor een schadeclaim.

Actief - Hulp ingeroepen van de stadsadvocaat die hiermee aan de slag gaat. Naar verwachting wordt er een arbitrage gestart door Dekkerbouw. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven over de status van het UO.

7,1%

Risico nieuw in top 80%

-

R3

R449

Algemeen afzet risico bij het voeren van grondexploitaties

Extern  - Slechte marktomstandigheden

geld - Uitgifte van kavels vertraagt door het doorschuiven van deel projecten in de tijd.

6,4%

Rang 4 bij de begroting

+1

R4

R1047

De huidige tarieven voor Wmo-maatwerk zijn enkele jaren geleden bepaald en sindsdien geïndexeerd. De indexatie van de afgelopen jaren is lager geweest dan de stijging van de kosten voor aanbieders. Met name de (lagere) lonen van personeel dat Wmo biedt zijn sterker gestegen. Dit kan leiden tot hogere tarieven in 2026 en de jaren erna. Dat is afhankelijk van wat hier met aanbieders van Wmo-maatwerk voor 2026 over wordt afgesproken. Vanaf 2027 gelden er nieuwe tarieven en de gevolgen hiervan worden verwerkt bij de Begroting 2027.

Extern  - Gemeenten zijn verplicht om bij een nieuwe inkoop van Wmo reële tarieven vast te stellen. Het huidige tarief is enkele jaren geleden bepaald en sindsdien geïndexeerd. De indexatie van de afgelopen jaren is lager geweest dan de stijging van de kosten voor aanbieders. De lonen zijn sterker gestegen en de productiviteit is afgenomen (door toename verlof). Deze hogere kosten voor aanbieders worden doorvertaald in hogere tarieven voor de gemeente.

geld - Het budget voor Wmo wordt overschreden.

In voorbereiding - In de begroting 2027 wordt een autonome kostenstijging opgevoerd van € 3,5 miljoen per jaar als gevolg van de hogere tarieven Wmo. Daarmee is de omvang van de dit risico afgenomen., In voorbereiding - De gemeente heeft relatief weinig invloed op de tarieven voor Wmo voorzieningen. Deze tarieven worden bepaald aan de hand van de kosten voor personeel dat de diensten levert, plus marktconforme opslagen voor o.a. overhead. De gemeente heeft meer invloed op het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo en het aantal uren/dagdelen dat per inwoner wordt geleverd. Aan de hand van de afgegeven indicaties wordt gemonitord in hoeverre de kosten passen binnen het beschikbare budget en in hoeverre bijsturing nodig en mogelijk is.

5,7%

Rang 2 bij de begroting

-2

R5

R829

De vraag naar en/of inzet van jeugdhulp in Zaanstad is groter dan waar in de begroting rekening mee is gehouden.

Extern  - De inzet van jeugdhulp neemt nog steeds toe. Dit komt mede door maatschappelijke (en vaak landelijke) ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn de toename van stress binnen gezinnen door scheiden of doordat er meer zorgen zijn over geld(problemen) en de toename van mentale druk op jongeren, onder andere door het gebruik van sociale media. Doordat de Jeugdwet een openeinderegeling is, kunnen aanvragen voor jeugdhulp niet worden geweigerd omdat er onvoldoende budget is. Daarbij is de gemeente niet de enige verwijzer naar jeugdhulp. Onder andere huisartsen en jeugdbeschermers kunnen ook bepalen dat een inwoner hier recht op heeft. Hierdoor is het niet goed mogelijk om de inzet van jeugdhulp (financieel) te begrenzen en ontstaat het risico dat toenemende kosten voor jeugdhulp niet passen binnen de begroting.

geld - De begrote kosten voor jeugdzorg worden overschreden.

In voorbereiding - Lokaal: Aanvullend op het uitvoeren van maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd, wordt binnen Zaanstad de bestuursopdracht Jeugd uitgevoerd. Deze bestuursopdracht is gericht op (extra) maatregelen vanuit Zaanstad om de jeugdhulp te verbeteren én de kosten voor jeugdhulp te verlagen. Deze opdracht is niet alleen gericht op maatregelen binnen de jeugdhulp, maar ook op andere beleidsterreinen zoals voorliggende voorzieningen, sport, wonen, veiligheid., Actief - Landelijk: Om de jeugdhulp te verbeteren en financieel beheersbaar te houden is de Hervormingsagenda Jeugd opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de maatregelen die zowel gemeenten als het Rijk moet uitvoeren. Daarbij is ook afgesproken dat het Rijk verantwoordelijk is voor de groei van de kosten voor jeugdhulp, waar gemeenten geen invloed op hebben. In het voorjaar van 2025 heeft een onafhankelijke deskundigencommissie hier zwaarwegend advies over gegeven. Hier is uit gekomen dat  de opgelopen tekorten van gemeenten t/m 2024 voor 50% voor risico en rekening van gemeenten zijn. Voor de overige 50% is het budget van gemeenten vanaf 2025 verhoogd., Actief - Lokaal:  In de begroting van Zaanstad is voor 2026 rekening gehouden met gemiddeld 4,7% groei van de kosten voor jeugdhulp. Deze groei (los van indexatie) lag in de afgelopen jaren gemiddeld rond 7%, maar in 2025 nam de groei af richting 3%. Ondanks de afgenomen groei in 2025, bestaat het risico dat de groei in 2026 hoger uitvalt dan begroot. Vandaar dat op een begroting voor jeugdhulp van ruim € 80 miljoen het financieel risico is bepaald op € 4 miljoen overschrijding.

5,4%

Rang 1 bij de begroting

-4

R6

R982

De ontwikkeling van het aantal uitkeringen in Zaanstad is ongunstiger dan de gemiddelde landelijke ontwikkeling of de verdeling van het buig-budget over gemeenten wijzigt, waardoor het voordelige BUIG-saldo dat is begroot, zich niet langer voordoet.

Extern  - (1) De ontwikkeling van het aantal uitkeringen in Zaanstad is ongunstiger dan de landelijke ontwikkeling (lastenontwikkeling).

(2) Het Rijk past de verdeling van het landelijk buig-budget aan (batenontwikkeling).

geld - Het positieve buigsaldo dat is begroot, wordt niet gerealiseerd doordat de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden niet in lijn is met ontwikkeling van het Zaanse aandeel in het landelijke uitkeringenbudget (buig-budget).

Actief - Negatief:(1) De vangnetvoorziening is niet beschikbaar doordat de afgelopen drie jaar voordelen op de buig zijn gerealiseerd. (2) Het rijk stelt dat zij voldoende budget beschikbaar stelt voor uitkeringen. Doordat Zaanstad een meerjarig positief  buig-saldo raamt en dus scherper begroot, is er minder budget beschikbaar voor uitkeringen., Actief - Positief: (1) Zaanstad zet de aanpak Werk of meedoen voort. Dit heeft combinatie van inzet op rechtmatigheid en doelmatigheid in zich. Hierdoor is de kans dat mensen onterecht een uitkering ontvangen kleiner én is de kans groter dat mensen die kunnen werken ook aan het werk gaan. (2) Door krappe arbeidsmarkt is sprake van lage instroom in de uitkering en kan meer aandacht worden besteed aan mensen die juist meer aandacht nodig hebben bij de begeleiding naar werk.

5,4%

Rang 5 bij de begroting

+1

80%

Deze pagina is gebouwd op 05/21/2026 17:06:58 met de export van 05/21/2026 16:56:32